Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0261.

Hetzelfde geldt naar mijn oordeel voor "de rookkast" en "het rioolafvoersysteem" waarop de middelonderdelen 5 en 6 betrekking hebben. Ook hier is op verkrijging van een erfdienstbaarheid eerst in appel een beroep gedaan. Ter adstructie van de stelling dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan ter zake van de rookkast op perceel [1], heeft [eiser] (grief 5) slechts betoogd dat de eigenaren van perceel [2] reeds tientallen jaren het recht hebben bedoeld erfgedeelte waarop de rookkast staat te gebruiken in het bijzonder teneinde gebruik te maken van de zogenaamde rookkast en dat sprake is van verkijgende verjaring te goeder trouw of van extinctieve verjaring. Met betrekking tot de rioolafvoer heeft [eiser] slechts gesteld dat de slagerij en de aanbouw van de aanvang af (de slagerij inmiddels meer dan 40 jaar geleden) gebruik hebben gemaakt van het rioolfafvoersysteem in perceel [1]. Dat het gebruik van de rookkast en het rioolafvoersysteem plaatsvond uit hoofde van een gepretendeerde erfdienstbaarheid, is gesteld noch gebleken. De middelonderdelen 5 en 6 kunnen dan ook niet tot cassatie leiden, wat er verder van het in deze middelen betoogde zij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/308d736a6b40870c5841b59855659f92217f66a9a37a91d0ead651f8876ff958. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 308d736a6b40870c5841b59855659f92217f66a9a37a91d0ead651f8876ff958, en de alinea staat in dat document op bytes 45936 tot 47121.