Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0268.
Hierboven heb ik reeds uiteengezet dat de (kennelijke) uitleg door het hof van art. 8 van de overeenkomst, inhoudende dat P&O bij schending van art. 8.2 alleen rechten verliest indien en voor zover VFR tengevolge van de schending schade heeft geleden, in het licht van de gedingstukken niet onbegrijpelijk is. Gegeven deze (kennelijke) uitleg heeft het hof terecht geoordeeld dat voor een geslaagd beroep op art. 8.2 moet vaststaan dat VFR schade heeft geleden tengevolge van het niet-naleven van art. 8.2 en dat de stelplicht en bewijslast m.b.t. deze schade bij VFR ligt. Nu dit beroep op art. 8.2 afkomstig is van VFR, rust de stelplicht en bewijslast m.b.t. de schade ook bij VFR. Hierop lopen subonderdelen d en e vast. Overigens mist subonderdeel e feitelijke grondslag voor zover het veronderstelt dat het hof er van is uitgegaan dat VFR de betekenis van art. 8.2 uitsluitend in het teken van de schadebeperking heeft geplaatst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/999115e06f12560b798c4d03990e46ec9c30cdebd9dcfa43fbe69aeedc5784d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 999115e06f12560b798c4d03990e46ec9c30cdebd9dcfa43fbe69aeedc5784d5, en de alinea staat in dat document op bytes 29205 tot 30157.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/999115e06f12560b798c4d03990e46ec9c30cdebd9dcfa43fbe69aeedc5784d5 | shasum -a 256