Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0280.

5) Dit argument lijkt mij al daarom niet doeltreffend, omdat het niet kan worden onderzocht zonder dat een aantal feitelijke vragen (nader) worden opgehelderd. Ik noem als zodanig: de wijze van afrekening die uit het in verband met de v.o.f. geldende verblijvensbeding voortvloeit (wat uitleg van dat beding vereist(3)); en het bedrag waartoe de contractueel geldende wijze van afrekening dan moet leiden. Men is geneigd te denken dat de namens [verweerster] verdedigde afrekening een positief saldo oplevert (wat dan voor de helft aan de curatoren toekomt, als [verweerster] zich overigens niet op verrekening zou mogen beroepen). Dat saldo is ruim f 400.000, - (4). Dat zou betekenen dat de curatoren een alleszins relevant belang hebben bij beoordeling van de voor de boedel klaarblijkelijk nadeliger uitkomst, die in het in cassatie bestreden arrest is gevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d, en de alinea staat in dat document op bytes 10104 tot 10984.