Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0280.

11) In HR 30 januari 1953, NJ 1953, 578 m.nt. PhANH paste de Hoge Raad de artt. 54 en 55 F toe op een geval waarin het niet om verrekening ging, maar om verhaal van in het zicht van een faillissement (en in dat opzicht dus: te kwader trouw) verkregen vorderingen, met toepassing van zekerheidsrechten die de betreffende bank zich in een eerder stadium had laten verstrekken. Zo ook HR 4 november 1994, NJ 1995, 627 m.nt. PvS, rov. 3.4. Ook hier werd dus niet de tekst maar de strekking doorslaggevend geacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d, en de alinea staat in dat document op bytes 16800 tot 17322.