Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0280.

14) Verrekening heeft, bij toepassing van art. 53 F, dus in uitgesproken mate de functie en het effect van een privilege(13), een bevoorrechting van de vordering van de betreffende crediteur boven andere, op één bepaald actief van de gefailleerde - namelijk diens tegenvordering op de crediteur; dit met het oog op de nauwe "persoonlijke" band die tussen de beide betreffende vorderingen bestaat. Kennelijk weegt daarbij zwaar de - inderdaad aansprekende - (on)billijkheid: het zou onaanvaardbaar zijn dat een crediteur, ten laste van wie een verrekenbare tegenvordering bestaat, wel zou moeten betalen, zonder zelf te kunnen verhalen - dit ook al omdat het in de rede ligt dat menig wederpartij van een latere gefailleerde bij zijn bereidheid om de ander krediet te geven, zijn verrekenbare tegenvordering "in het achterhoofd gehouden" zal hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d, en de alinea staat in dat document op bytes 19258 tot 20121.