Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0280.
15) Intussen: de zeer krachtige verhaalspositie die art. 53 F degene die van deze bepaling kan profiteren meegeeft, moet om voor de hand liggende redenen niet worden uitgebreid tot - en moet soms ook worden ingeperkt met het oog op - gevallen waarin de billijkheid toepassing van de regel minder aandringt, of zelfs bepaald niet aandringt - zoals bijvoorbeeld het in HR 22 december 1989, NJ 1990, 661 m.nt. PvS beoordeelde geval van de huurder die wèl huurgenot ten laste van de gefailleerde boedel "afneemt", maar geen huur wil betalen, omdat hij een verrekenbare tegenvordering heeft. Art. 53 F strekt ertoe dat wie een tegenvordering heeft, tot het bedrag van die tegenvordering niet aan de boedel hoeft te betalen, maar brengt niet óók mee, dat de betrokkene tegelijkertijd, en praktisch gesproken om niet, verdere prestaties ten laste van de boedel mag (blijven) ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d, en de alinea staat in dat document op bytes 20141 tot 21036.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d | shasum -a 256