Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0280.
20) Uit deze arresten blijkt verder dat het voor de toepassing van art. 54 F niet (altijd) nodig is dat aan de partij die op verrekening een beroep doet, kan worden tegengeworpen dat deze een voor verrekening in aanmerking komende vordering of schuld heeft "gecreëerd". In de hier beoordeelde gevallen werd art. 54 F toegepast, zonder dat de banken enige noemenswaardige bijdrage aan het "creëren" van de voor verrekening voorgedragen vorderingen hadden geleverd. De bank die geld voor een cliënt ontvangt is immers zonder meer verplicht, dat geld aan de cliënt af te dragen. Creditering van de rekening - de enige handeling die eventueel als een "creëren" van de kant van de bank zou kunnen worden aangemerkt - is daarvoor niet een noodzakelijke voorwaarde. Ik denk dat uit die arresten ook mag worden afgeleid, dat het voor toepassing van art. 54 F niet nodig is dat het gedrag van de partij die zich op verrekening wil beroepen, in enig opzicht als "onoirbaar" kan worden aangemerkt. Het gedrag van de banken in de hier bedoelde zaken kan immers moeilijk als "onoirbaar" worden gekwalificeerd. Ik maak deze opmerkingen met het oog op de uitleg van art. 54 F die door Kortmann en Faber, o.a. in AAe 1995, p. 575 v. (maar zie ook JOR 1998, p. 200), is verdedigd.]
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d, en de alinea staat in dat document op bytes 25877 tot 27160.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d | shasum -a 256