Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003
Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0280.
7 Door deze transactie nam [verweerster] weliswaar niet een vordering ten laste van Juno over, maar wel een aan de overgenomen zaak verbonden last die langs de weg van subrogatie geredelijk tot een vordering ten laste van Juno (en inmiddels dus ten gunste van [verweerster]) kon leiden. Ofschoon de feiten anders liggen dan in het geval dat in HR 27 november 1971, NJ 1971, 127 werd beoordeeld, hebben beide zaken met elkaar gemeen dat de wederpartij van de gefailleerde door een na het faillissement vrijwillig verrichte handeling, in een positie kwam te verkeren waaruit een verrekenbare vordering op de gefailleerde kon voortvloeien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d, en de alinea staat in dat document op bytes 43484 tot 44134.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f1b7dcd425b271a3a12d52d52ee9b1d6aa53d9a4ffa4171d6164899ca597f6d | shasum -a 256