Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0289.

1.4 Nadat de rechtbank bij tussenvonnis van 27 oktober 1993 aan de Ontvanger en [eiser] c.s. bewijs had opgedragen (welke bewijsopdrachten in cassatie niet meer van belang zijn), heeft zij bij vonnis van 26 maart 1997 voor recht verklaard dat [eiser] c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de loonbelasting- en premieschulden van [betrokkene 1] en [A] als bedoeld in de inleidende dagvaarding onder 4, exclusief de daarin begrepen verhogingen en te vermeerderen met in art. 28 IW 1990 bedoelde invorderingsrente, te rekenen met ingang van 18 november 1990.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cece69e4e6da57da28b189a5fefe6f870cea3028e15e41d034b6e5b7386ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cece69e4e6da57da28b189a5fefe6f870cea3028e15e41d034b6e5b7386ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 12876 tot 13446.