Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0289.
2.14 Het onderdeel mist eveneens feitelijke grondslag, voor zover het klaagt het hof heeft miskend dat een procedure als bedoeld in (het destijds geldende) art. 49 lid 4 IW 1990(23) de verjaring niet kan schorsen of stuiten(24). Alhoewel juist is dat een rechtsgeding als bedoeld in (het destijds geldende) art. 49 lid 4 IW 1990 niet kan worden gekwalificeerd als een rechtsgeding in de zin van art. 27 lid 2 onder b IW 1990, kan dit [eiser] c.s. niet baten. Kennelijk steunt het aangevochten oordeel dat het beroep van [eiser] c.s. op verjaring, afgezien van de aanslagen van 10 juli 1990, faalt, wat de aanslagen van 3 februari 1988 betreft immers niet op de stuitende of schorsende werking van de onderhavige procedure, maar op de schorsende werking van de verklaringsprocedure tegen [B] B.V..
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cece69e4e6da57da28b189a5fefe6f870cea3028e15e41d034b6e5b7386ab42b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cece69e4e6da57da28b189a5fefe6f870cea3028e15e41d034b6e5b7386ab42b, en de alinea staat in dat document op bytes 29581 tot 30390.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cece69e4e6da57da28b189a5fefe6f870cea3028e15e41d034b6e5b7386ab42b | shasum -a 256