Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003
Alinea 123 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0294.
Het hof heeft de zorgvuldigheidsverplichting in materieel opzicht aldus ingevuld dat de Staat de door het Verdrag aangewezen formele weg had moeten bewandelen. Die formele weg heeft het hof vervolgens aldus ingevuld dat een formele uitnodiging tot handelen niet zonder meer voldoende is doch dat de Staat, bij gebreke van een bevredigende reactie, de vervolgmaatregelen moest nemen die hem onder het Verdrag ten dienste staan. Dat de Staat bij deze vervolgmaatregelen wellicht niet de weg van art. 232 maar (bijv.) de weg van art. 230 EG had moeten bewandelen, is een gegeven dat logischerwijs uit de door het hof bedoelde materiële zorgvuldigheidsverplichting voortvloeit en waarop het hof, eveneens logischerwijs, kennelijk ook het oog heeft gehad. De omstandigheid dat het hof in rov. 5.3 bij de eventuele acties van de Staat onder vigeur van het Verdrag slechts één verdragsbepaling, en niet ook andere heeft genoemd, brengt in (de juistheid van) de door het hof aangenomen materiële zorgvuldigheidsverplichting geen verandering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ba8d7a8677bf02358ba697df3c5eda51abbb4d91511ea8db72c60d000bc20f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ba8d7a8677bf02358ba697df3c5eda51abbb4d91511ea8db72c60d000bc20f3, en de alinea staat in dat document op bytes 39437 tot 40488.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ba8d7a8677bf02358ba697df3c5eda51abbb4d91511ea8db72c60d000bc20f3 | shasum -a 256