Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0294.

5.3. Het hof is van oordeel dat onder de bijzondere omstandigheden van het onderhavige geval van de Staat in redelijkheid mocht worden gevergd dat zij in ieder geval de Commissie op de voet van art. 175 (oud) EG formeel tot handelen had uitgenodigd en dat hij, indien de Commissie dan nog geen machtiging verleende althans voor de weigering daarvan geen steekhoudende redenen aanvoerde, beroep wegens nalaten zou instellen. Nu de Staat dit heeft nagelaten heeft hij onrechtmatig gehandeld jegens [verweerster] wier belang, naar de Staat wist, nauw bij het verkrijgen van de machtiging was betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ba8d7a8677bf02358ba697df3c5eda51abbb4d91511ea8db72c60d000bc20f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ba8d7a8677bf02358ba697df3c5eda51abbb4d91511ea8db72c60d000bc20f3, en de alinea staat in dat document op bytes 17923 tot 18536.