Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0306.

3.17 Deze klacht faalt. Centrale stelling van VBI is steeds geweest dat de werkelijke financiële positie van [eiseres 2] op essentiële punten afweek van de in de koopovereenkomst gehanteerde uitgangspunten (zie de nrs. 72 en 89 van de conclusie van repliek in de zaak 1996/790, alsmede de nrs. 13-16 van de conclusie van antwoord en de nrs. 12 en 23 van de conclusie van dupliek in de zaak 1995/744). De bedoelde punten heeft zij daarbij (bij herhaling) gepresenteerd als (een selectie van de) tegenvallers die tezamen dwaling van VBI opleveren (zie m.n. nr. 110 van de pleitnota van mr Honée in eerste aanleg). Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat het hof e.e.a. aldus heeft samengevat dat "de waarde van het bedrijf is tegengevallen". Waar in de redenering van het Hof de gestelde dwaling in haar geheel voor rekening van VBI komt, is het niet relevant met betrekking tot welke aspecten van [eiseres 2] VBI nu precies heeft gedwaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d, en de alinea staat in dat document op bytes 40962 tot 41915.