Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 114 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0306.
3.20 Uit de literatuur leid ik af dat het praktische belang van het arrest Cattier/Waanders beperkt kan worden geacht. Daartoe valt er allereerst op te wijzen dat in die zaak tussen partijen al een overeenkomst bestond en dat de mededelingsplicht werd geschonden in het kader van (her)onderdelingen over het sluiten van een aanvullende overeenkomst. De mededelingsplicht kon (zoals VBI ook in deze zaak doet) aldus worden gebaseerd op een overeenkomst.(21) In zijn noot onder het arrest geeft Brunner dan ook aan dat voor echte precontractuele verhoudingen de weg van de onrechtmatige daad de voorkeur verdient. Het lijkt erop dat de Hoge Raad dit in zijn arrest van 9 juni 1995, NJ 1995, 534 ook aangeeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d, en de alinea staat in dat document op bytes 44892 tot 45612.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d | shasum -a 256