Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 118 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0306.
3.22 Voorzover het onderdeel aldus de klachten van subonderdeel 1.5.1 en 1.5.2 'aanwerpt' tegen rov. 4.5, faalt het, omdat daarmee wordt miskend dat het hof ook hier niet heeft geoordeeld dat op [verweerder 1] geen mededelingsplicht (meer) rustte. Het bestreden oordeel van het hof dient aldus te worden uitgelegd dat, aangenomen dat [verweerder 1] essentiële informatie achterhield, VBI zich hiervan bewust was en in die wetenschap willens en wetens heeft gecontracteerd. Het lijkt mij dat hierin besloten ligt dat VBI daarmee een beroep op de schending van de mededelingsplicht heeft prijsgegeven, althans dat een beroep daarop onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Hiermee geeft dit oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook geenszins onbegrijpelijk en via de verwijzing naar rov. 4.3 voldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d, en de alinea staat in dat document op bytes 46414 tot 47321.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d | shasum -a 256