Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 125 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0306.
3.28 Ik merk op dat de aldus uitgewerkte klacht per saldo alleen een motiveringsklacht bevat. Deze faalt, omdat het oordeel van het hof dat het door art. 3:44 BW vereiste causaal verband tussen het bedrog en het sluiten van de overeenkomst niet aanwezig is, niet onbegrijpelijk is.(23) De rode draad in het arrest van het hof is dat VBI na het due diligence onderzoek verder niet meer is afgegaan op informatie van [verweerder 1] en ook niet meer heeft getracht de juiste informatie boven tafel te krijgen of garanties te bedingen, maar op basis van een aantal eigen inschattingen een welbewuste gok heeft genomen. Het hof heeft -om de woorden van de cassatieklacht te gebruiken- uit een aantal door hem uitdrukkelijk gereleveerde omstandigheden afgeleid dat VBI het risico van bedrog door haar wederpartij heeft aanvaard. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en overigens voor een belangrijk deel van feitelijke aard. In het licht van de opsomming van de relevante omstandigheden in rov. 4.3 behoefde dit oordeel geen nadere motivering, ook niet ten aanzien van de gestelde gang van zaken rond de hoeveelheid chemisch afval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d, en de alinea staat in dat document op bytes 49838 tot 50975.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d | shasum -a 256