Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0306.
3.5 Op de vraag wanneer voor een contractspartij een mededelingsplicht bestaat, is geen algemeen antwoord mogelijk. Heersende opvatting in de literatuur is dat voor het aannemen van deze plicht in elk geval aan drie basisvereisten moet zijn voldaan: (1) de wederpartij kende de ware stand van zaken, (2) zij begreep of moest begrijpen dat het punt in kwestie voor de ander van doorslaggevend belang was voor het sluiten van de overeenkomst en (3) zij moest er rekening mee houden dat de ander dwaalde. Indien aan deze vereisten is voldaan, komt het voor het overige aan op de vraag of de wederpartij de dwalende alsdan naar verkeersopvatting had behoren in te lichten, hetgeen steeds zal afhangen van de omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen bijv. zijn de over en weer bestaande deskundigheid, het feit dat tussen partijen een vertrouwensrelatie bestaat, de aard van de transactie of veiligheidsaspecten.(7)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d, en de alinea staat in dat document op bytes 29020 tot 29948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d | shasum -a 256