Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0306.

3.6 Indien is voldaan aan de vereisten van art. 6:228 lid 1, staat daarmee echter nog niet vast dat het beroep op dwaling slaagt. Volgens lid 2 kunnen de aard van de overeenkomst, de verkeersopvattingen of de omstandigheden van het geval namelijk meebrengen dat de dwaling voor rekening van de dwalende dient te blijven. Opmerking verdient dat het hier blijkens de parlementaire geschiedenis gaat om drie afzonderlijke, gelijkwaardige factoren. Dit neemt overigens niet weg dat de grens tussen deze factoren niet altijd scherp is te trekken. Met name zullen de aard van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval dikwijls mede bepalen waartoe de verkeersopvatting in een specifiek geval aanleiding geeft.(8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d, en de alinea staat in dat document op bytes 29968 tot 30697.