Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0306.

3.9 Opmerking verdient dat A-G Langemeijer in zijn conclusie voor HR 29 september 2001, NJ 2001, 559 (JH) de vraag heeft opgeworpen of (m.n.) de laatste regel wel kan worden toegepast op een aandelentransactie als hier aan de orde, aangezien bij een dergelijke overeenkomst dermate veel factoren van belang kunnen zijn (i.h.b. voor de koopprijs), dat van de verkoper niet gevergd kan worden dat hij op al deze punten ongevraagd informatie verschaft teneinde te voorkomen, dat de koper zich een onjuiste voorstelling van zaken maakt. Hij wijst er daarbij op dat het in het bedrijfsleven gevestigde praktijk is dat de koper een due diligence onderzoek uitvoert. Bij deze op het Engelse en Amerikaanse recht geïnspireerde praktijk geldt als hoofdregel non-disclosure, welke regel kort gezegd inhoudt dat de koper niet verplicht is ongevraagd inlichtingen te verschaffen. Daarmee ligt het op de weg van de koper gedegen onderzoek te doen, gericht vragen te stellen en/of (bij twijfel) garanties te bedingen. Waar de verkeersopvattingen mede beïnvloed kunnen worden door in het bedrijfsleven geldende gebruiken, zou dan ook kunnen worden gezegd dat bij transacties als de onderhavige juist heeft te gelden dat in beginsel de onderzoeksplicht prevaleert.(15)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc3e3ddafd2e8926328a543eaf9b9ae9bf3e014f96b23d7f0ad3dbfaa90ad73d, en de alinea staat in dat document op bytes 32903 tot 34171.