Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0308.
20 PG boek 3, Vermogensrecht in het algemeen, 1981, p. 606; PG boek 5, zakelijke rechten, 1981, p. 196 en p. 918. Zie ook M.W.E. Koopmann, losbl. Vermogensrecht, Titel 11. Rechtsvorderingen, Inleiding op art. 296-305b, 306-325 aant. 7, rechtsvorderingen die niet verjaren en de aldaar aangehaalde voorbeelden, te weten art. 5:46, 47, 49, 54, 55 en 57 BW, art. 3:51, lid 3 BW en art. 6:268 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82, en de alinea staat in dat document op bytes 53669 tot 54074.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82 | shasum -a 256