Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0308.

Middelonderdeel 1B betoogt dat het hof, voor zover het er van uit is gegaan dat de curator ten deze wel een eigen rechtsvordering uitoefent maar voor de ingangsdatum van de termijn van verjaring van ook die rechtsvordering mede beslissend acht wat over de opeisbaarheid van de vordering tot volstorting in de oprichtingsakte van de besloten vennootschap (en/of de wet) is bepaald, eveneens blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Voor de rechtsvordering van de curator uit artikel 2:193 BW zal moeten worden aangenomen dat, voor zover deze rechtsvordering voor verjaring vatbaar is, de termijn van verjaring op zijn vroegst aanvangt op de dag waarop kan worden aangenomen dat de curator zich redelijkerwijs een beeld ter zake van de volstorting op de aandelen heeft kunnen vormen, althans daags nadat het faillissement van de betreffende besloten vennootschap is uitgesproken, aldus dit middelonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82, en de alinea staat in dat document op bytes 12989 tot 13919.