Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0308.
Het subjectieve recht waar art. 2:193 BW op ziet is het recht op volstorting van de aandelen. De bij dit recht behorende rechtsvordering komt aan de vennootschap toe. M.i. verschaft art. 2:193 BW aan de curator uitsluitend een (beschikkings)bevoegdheid m.b.t. dit recht. In voorkomende gevallen - namelijk gevallen waarin opeisbaarheid van een deel van het nog te storten bedrag afhankelijk is van een besluit van de vennootschap - kan hij de verbintenis tot volstorting opeisbaar maken. Aan de curator is deze zelfstandige bevoegdheid tot het uitschrijven van stortingen op aandelen verleend, ongeacht hetgeen hierover in de statuten is bepaald teneinde het verhaalsrecht van de vennootschap te effectueren. Dat de curator dit recht zonodig opeisbaar kan maken doet er m.i. niet aan af dat het hier gaat om een rechtsvordering van de vennootschap m.b.t. de stortingsplicht van de aandeelhouder. M.i. schept art. 2:193 dus geen eigen vorderingsrecht voor de curator.(8) Het is m.i. juist om in dit verband te spreken van een bevoegdheid van de curator.(9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82, en de alinea staat in dat document op bytes 17602 tot 18670.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82 | shasum -a 256