Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0308.

4.9 Allereerst een enkele opmerking over de kwalificatie van de stortingsplicht. In de literatuur is hierover inmiddels naar aanleiding van de onderhavige zaak een discussie ontstaan. Er is verdedigd dat de stortingsplicht een verbintenis uit de wet is, omdat de B.V. zelf geen overeenkomst is.(15) Ik meen dat deze kwalificatie niet juist is. De aan het aandeel verbonden stortingsplicht vindt meestal zijn grond in een deelnemingsovereenkomst die tussen de aandeelhouder en de vennootschap is afgesloten. M.i. moet men deze deelnemingsovereenkomst onderscheiden van de rechtshandeling waarbij de vennootschap wordt opgericht.(16) De stortingsplicht is meestal terug te voeren op een contract tussen de aandeelhouder en de vennootschap.(17) Het gevolg hiervan is dat de stortingsplicht beschouwd moet worden als een verbintenis uit overeenkomst tot een geven die overigens door Boek 2 BW nader wordt ingevuld.(18)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82, en de alinea staat in dat document op bytes 22411 tot 23339.