Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0308.
4.10 Indien men de vordering tot volstorting, met mij, kwalificeert als een verbintenis uit overeenkomst is het uitgangspunt de vijfjarige termijn van art. 3:307, lid 1, BW. Deze termijn begint te lopen na de aanvang van de dag volgend op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. De verjaringstermijn is dus begonnen te lopen op 1 februari 1977.(19) O.g.v. art. 73 en art. 121 Ow NBW is de termijn op 1 januari 1993 verstreken, tenzij ofwel a) de vordering tot volstorting niet voor verjaring vatbaar is, ofwel b) de verjaringstermijn op een later tijdstip dan 30 januari 1977 begon te lopen ofwel c) de verjaringstermijn moet worden verlengd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82, en de alinea staat in dat document op bytes 23378 tot 24041.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82 | shasum -a 256