Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0308.

4.18 Ik zou willen verdedigen dat het Nederlandse vennootschapsrecht zich een in beginsel korte verjaringstermijn voor de stortingsplicht kan veroorloven. De hierboven genoemde bepalingen uit Boek 2 BW maken de kans dat bij oprichting niet daadwerkelijk op de aandelen wordt gestort klein. Het in 1986 ingevoerde art. 2:203a BW bewerkstelligt inmiddels de hierboven geciteerde bepaling B, zoals te vinden in de akte van oprichting van M.M.D., niet meer mogelijk is. De te storten gelden dienen immers voor de oprichting op een bankrekening te staan. Als niet-volgestorte aandelen worden uitgegeven, dan bedenke men dat de verjaringstermijn begint te lopen vanaf het moment van opeisbaarheid, waartoe is vereist dat over wordt gegaan tot uitschrijven van de storting en niet van het moment van uitgifte van aandelen. Juist op deze situatie van niet-volgestorte aandelen is art. 2:193 BW gericht. Als vóór faillissement door de vennootschap niet om volstorting van de niet-volgestorte aandelen is verzocht, kan de curator op basis van art. 2: 193 BW volstorting van de aandelen vorderen. Ook bedenke men nog dat, als de curator van zijn uit art. 2:193 BW voortvloeiende bevoegdheid gebruik maakt, er in de praktijk doorgaans een betrekkelijk korte periode is verlopen tussen het moment van oprichting en het faillissement.(33)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82, en de alinea staat in dat document op bytes 31246 tot 32585.