Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0308.
4.25 Anders dan art. 3:310, kent art. 3:307, lid 1 BW naast de vijfjarige termijn geen lange termijn van twintig jaar.(43) Dit wijst er m.i. op dat men voor wat betreft art. 3:307 BW moet aansluiten bij de uitzonderingen die de Hoge Raad mogelijk heeft geacht op de twintigjarige termijn en niet bij die op de vijfjarige termijn van art. 3:310, lid 1, BW. Anders dan bij toepasselijkheid van art. 3:310, lid 1 BW is naast de vijfjarige termijn van art. 3:307, lid 1, BW immers geen sprake van een "sterke" verjaringstermijn van twintig jaar waarbinnen de rechtsvordering in ieder geval, ongeacht het lot van de vijfjarige termijn, verjaart. A-G De Vries Lentsch-Kostense merkt in haar conclusie voor het eerdergenoemde sexueel misbruik-arrest op dat de rechtszekerheid in art. 3:310 BW met name wordt gediend door de regel dat de vordering in ieder geval verjaart na verloop van twintig jaar na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, terwijl bij de vijfjarige termijn de bekendheid met de schade als ijkpunt is genomen om te voorkomen dat in strijd met de gerechtvaardigde belangen van de schuldeiser van verjaring sprake kan zijn voordat de schuldeiser haar geldend heeft kunnen maken.(44)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82, en de alinea staat in dat document op bytes 44295 tot 45510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82 | shasum -a 256