Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0308.
4.26 Toetst men nu de achter de vordering tot volstorting schuilgaande belangen van derden aan de criteria die de Hoge Raad heeft aangelegd voor uitzonderingen op de lange (sterke) verjaringstermijnen van art. 3:310 BW dan komt men m.i. tot de conclusie dat er i.c. geen grond bestaat om een uitzondering op de verjaringsregels te maken. Er is hier immers geen sprake van een situatie die vergelijkbaar is met die uit de asbest-arresten. Weliswaar kan men van crediteuren van een vennootschap niet verwachten dat zij controleren of aan de stortingsplicht is voldaan, doch anderzijds was het voor hen ook niet onmogelijk om in de jaarrekening van de B.V. te achterhalen of aan de stortingsplicht was voldaan; er is hier geen sprake van een naar haar aard verborgen gebleven schade.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82, en de alinea staat in dat document op bytes 46093 tot 46886.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ab53c67b3e14f58d13690d2b6b02da0184dde219380353eb55e0605ce846c82 | shasum -a 256