Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0309.

1. Inzet van dit cassatiegeding is de vraag of de Rechtbank te Rotterdam op grond van art. 5, aanhef en sub 1, van het EEX-Verdrag (Verdrag van 27 september 1968, Trb. 1969, 101) bevoegd is om kennis te nemen van de door thans verweerster in cassatie (hierna: ECR), gevestigd te [vestigingsplaats], bij dagvaarding van 28 februari 1997 tegen thans eisers tot cassatie (hierna: [eiser] c.s.), gevestigd resp. wonend te [plaats], ingestelde vordering tot hoofdelijke veroordeling van [eiser] c.s. tot betaling van DM 196.664,- met rente en kosten. Ten grondslag aan haar vordering heeft ECR overeenkomsten van huurkoop van containers gelegd. [Eiser] c.s. zijn volgens ECR hun betalingsverplichtingen uit deze overeenkomsten niet nagekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b8d12ac44518cf4ae1e391f3c26363545d1446e9a7a8b62b2f67918c4bf9e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b8d12ac44518cf4ae1e391f3c26363545d1446e9a7a8b62b2f67918c4bf9e73, en de alinea staat in dat document op bytes 5451 tot 6201.