Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0309.
10. Naar de kern genomen richt het middel zich tegen hetgeen het Hof heeft overwogen in r.o. 5 en 6 van het bestreden arrest. Het Hof geeft daar als zijn oordeel te kennen (a) dat uit de stellingen van [eiser] c.s. en de in de procedure overgelegde stukken niet blijkt dat partijen een van art. 6:116 lid 1 BW afwijkende plaats van betaling zijn overeengekomen, (b) dat uit het feit dat in het verleden een aantal betalingen per cheque of contant in Griekenland hebben plaatsgevonden niet volgt dat sprake is van een gewoonte in de zin van art. 6:115 BW en (c) dat het feit dat bij betaling per cheque op grond van art. 179 lid 2 WvK als plaats van betaling wordt aangenomen de plaats die naast de naam van de betrokkene staat vermeld niet meebrengt dat voor de betaling van de onderhavige vorderingen een van art. 6:116 lid 1 BW afwijkende plaats moet worden aangenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b8d12ac44518cf4ae1e391f3c26363545d1446e9a7a8b62b2f67918c4bf9e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b8d12ac44518cf4ae1e391f3c26363545d1446e9a7a8b62b2f67918c4bf9e73, en de alinea staat in dat document op bytes 9772 tot 10657.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b8d12ac44518cf4ae1e391f3c26363545d1446e9a7a8b62b2f67918c4bf9e73 | shasum -a 256