Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0309.
11. De tegen de onder (a) en (b) bedoelde oordelen door het middel aangevoerde klachten falen. Deze oordelen berusten op een aan het Hof, als rechter die over de feiten oordeelt, voorbehouden uitleg van de stellingen van partijen en van de overgelegde producties (met name de in r.o. 5 genoemde brief van 12 juni 1995) en kunnen derhalve in cassatie op juistheid niet worden getoetst. De oordelen zijn ook niet onbegrijpelijk of anderszins onvoldoende gemotiveerd. Het Hof was niet gehouden [eiser] c.s. toe te laten tot bewijs dat een gewoonte is ontstaan in de zin van art. 6:115 BW, aangezien uit de gedingstukken niet blijkt dat [eiser] c.s. een daartoe strekkend aanbod hebben gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b8d12ac44518cf4ae1e391f3c26363545d1446e9a7a8b62b2f67918c4bf9e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b8d12ac44518cf4ae1e391f3c26363545d1446e9a7a8b62b2f67918c4bf9e73, en de alinea staat in dat document op bytes 10677 tot 11380.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7b8d12ac44518cf4ae1e391f3c26363545d1446e9a7a8b62b2f67918c4bf9e73 | shasum -a 256