Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0309.

12. De door het middel tegen het onder (c) bedoelde oordeel van het Hof aangevoerde klacht faalt evenzeer. Nog daargelaten dat de bepaling van art. 179 lid 2 WvK niet de strekking heeft een uitzondering te maken op het uitgangspunt van art. 6:116 lid 1 BW, verliest het middel uit het oog dat de vordering van ECR niet betrekking heeft op de reeds door [eiser] c.s. verrichte betalingen, doch op het nog niet nagekomen gedeelte van de uit de overeenkomsten voortvloeiende betalingsverplichting van [eiser] c.s. De vraag of, in geval de verbintenis feitelijk is uitgevoerd op een andere plaats dan waar zij had moeten worden uitgevoerd, de rechter van de plaats waar feitelijk is uitgevoerd dan wel de rechter van de plaats waar had moeten worden uitgevoerd op grond van art. 5, aanhef en sub 1, EEX-Verdrag bevoegd is, is in het onderhavige geval derhalve niet aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b8d12ac44518cf4ae1e391f3c26363545d1446e9a7a8b62b2f67918c4bf9e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b8d12ac44518cf4ae1e391f3c26363545d1446e9a7a8b62b2f67918c4bf9e73, en de alinea staat in dat document op bytes 11400 tot 12287.