Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003
Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0346.
3.15. Per saldo leidt deze lange aanloop ertoe dat ik, met omarming van Benyamini en Schulte - en toch ook overeenkomstig Bruchhausen in Benkard c.s., Bernhardt/Krasser alsmede Terrell - de uitleg van het begrip 'middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel van de uitvinding' in art. 73 ROW 1995 inderdaad (mede) afhankelijk acht van uitleg van het octrooi. Daarmee heb ik verklaard waarom ik bij de nu volgende bespreking van het cassatiemiddel juist acht het uitgangspunt van het hof dat bij de vraag of er sprake is van een wezenlijk bestanddeel van de uitvinding, het onderhavige (Europese) octrooi uitgelegd dient te worden, en wel aan de hand van de voor die uitleg gegeven maatstaf van art. 69 lid 1 EOV, welke maatstaf is gereflecteerd in art. 53 lid 2 ROW 1995.(27)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eea8acdaadaa4f179e25e88e7d7e3b8882e11cc86b3158bb3fae9077d00c89de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eea8acdaadaa4f179e25e88e7d7e3b8882e11cc86b3158bb3fae9077d00c89de, en de alinea staat in dat document op bytes 42324 tot 43115.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eea8acdaadaa4f179e25e88e7d7e3b8882e11cc86b3158bb3fae9077d00c89de | shasum -a 256