Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Alinea 138 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0346.

4.16. Dat het hof voor zijn in rov. 13 gegeven oordeel mede steun zag in (zijn uitleg van) het Amerikaanse octrooi en (zijn uitleg van) de verwijzing daarnaar in het octrooi van Sara Lee, acht ik overigens alleszins begrijpelijk. Men behoeft immers geen ingenieur te zijn om in te zien - sterker nog, het mag een gegeven van algemene bekendheid heten - dat ter voorkoming van bypass (een van) de meest aangewezen maatregel(en) is dat de koffiebuil qua doorsnee zo veel mogelijk aansluit bij de binnenmaten van de houder. Wie wil dat water een bepaalde weg kiest, zal immers ermee beginnen te zorgen dat andere, even aantrekkelijke of nog aantrekkelijker wegen voor het water (vanwege minder weerstand) zo veel mogelijk worden afgesloten. Dat, gegeven deze uit het Amerikaanse octrooi (en de verwijzing daarnaar in het octrooi van Sara Lee) afgeleide bekende stand van de techniek, het hof geoordeeld heeft dat de aansluiting van houder en de koffiebuil niét als een wezenlijk bestanddeel van de uitvinding kan worden beschouwd, is - gezien ook het common sense-karakter ervan - geheel begrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eea8acdaadaa4f179e25e88e7d7e3b8882e11cc86b3158bb3fae9077d00c89de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eea8acdaadaa4f179e25e88e7d7e3b8882e11cc86b3158bb3fae9077d00c89de, en de alinea staat in dat document op bytes 60742 tot 61855.