Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Alinea 157 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0346.

4.24. Voor zover het onderdeel klaagt dat het hof de conclusies 16 t/m 19 niet kenbaar in zijn beoordeling heeft betrokken, mist het feitelijke grondslag. Allereerst noemt het hof deze conclusies uitdrukkelijk in rov. 4. Het hof heeft vervolgens de conclusies 16 t/m 19, waarin de eigenschappen van het samenstel zodanig zijn beschreven dat de houder en de koffiebuil op de elkaar aansluiten, kennelijk zo geïnterpreteerd dat daarin (eveneens) een aanpassing van de houder aan de omvang van de koffiebuil is beschreven. Dat het hof de hier bedoelde conclusies aldus heeft uitgelegd, getuigt in het licht van art. 69 EOV en het daarbij behorende protocol (waarnaar het hof in rov. 5 heeft verwezen) niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel is ook niet onbegrijpelijk, gelet op de overweging van het hof (rov. 4) dat Sara Lee geen beroep heeft gedaan op (de zelfstandige) conclusie 23, waarin uitsluitend de koffiebuil is beschreven, en de overweging (rov. 10 in verbinding met rov. 13) van het hof dat - gelet op uit het in de beschrijving genoemde Amerikaanse octrooi blijkende stand van de techniek - de omstandigheid dat de koffiebuil en houder op elkaar passen, niet meebrengt dat de koffiebuil een wezenlijk bestanddeel of een middel betreffende een wezenlijk bestanddeel van uitvinding is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eea8acdaadaa4f179e25e88e7d7e3b8882e11cc86b3158bb3fae9077d00c89de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eea8acdaadaa4f179e25e88e7d7e3b8882e11cc86b3158bb3fae9077d00c89de, en de alinea staat in dat document op bytes 68227 tot 69546.