Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Alinea 160 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0346.

'Ten onrechte overweegt de Voorzieningenrechter in r.o. 11 dat de uitvinding van eiseres is gelegen in het in de bodem van de padhouder aanbrengen van groeven, die zich vanaf enige afstand van de zijwand van de padhouder uitstrekken in de richting van een uitlaatopening. Zoals uit het hieronder uiteengezette moge volgen is de uitvinding gelegen "in de specifieke eigenschappen van de houder en de hiermee corresponderende specifieke afmetingen van de pouch". Hetgeen waaraan de Voorzieningenrechter refereert sluit evenwel wel aan bij het kenmerk van conclusie 1. Zoals hieronder onder 80 is uiteengezet valt dit evenwel niet op één lijn te stellen met de uitvinding als zodanig, die zoals gezegd bestaat "in de specifieke eigenschappen van de houder en de hiermee corresponderende specifieke afmetingen van de pouch".'

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eea8acdaadaa4f179e25e88e7d7e3b8882e11cc86b3158bb3fae9077d00c89de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eea8acdaadaa4f179e25e88e7d7e3b8882e11cc86b3158bb3fae9077d00c89de, en de alinea staat in dat document op bytes 70142 tot 70979.