Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0347.

Mede op grond van de wetsgeschiedenis wordt aangenomen dat onder het "instellen van een eis in de hoofdzaak" in ieder geval wordt verstaan het aanhangig maken van een dagvaardingsprocedure ten principale, het indienen van een verzoekschrift, het aanhangig maken van een procedure voor een buitenlandse rechter, het aanhangig maken van een (inter)nationale arbitrage, het instellen van een eis in reconventie en een aanmelding bij de rechter-commissaris op de voet van art. 482 lid 2 Rv.(10). Verschil van mening bestaat over het antwoord op de vraag of ook het aanhangig maken van een bindend-adviesprocedure als het instellen van een eis in de hoofdzaak in de zin van art. 700 lid 3 Rv. oud kan worden gezien(11). De wijzen van alternatieve geschilbeslechting zoals mediation en minitrial kunnen zonder expliciete regeling op dit punt niet als "hoofdzaak" worden gezien(12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4e45fbbd078cba89c1f01aa1d3f66409c50fe190daa9cc71ee8c6738a5f566. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4e45fbbd078cba89c1f01aa1d3f66409c50fe190daa9cc71ee8c6738a5f566, en de alinea staat in dat document op bytes 13434 tot 14322.