Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0347.
"Het derde lid (...) bevat een regel die door sommigen ook voor het huidige recht verdedigd wordt, hetzij in dier voege dat niet alleen binnen acht dagen een dagvaarding tot vanwaardeverklaring moet worden uitgebracht, maar ook de hoofdzaak zelf binnen die termijn aanhangig moet worden gemaakt (...), hetzij in dier voege dat de hoofdzaak in elk geval binnen een redelijke termijn zal moeten worden ingesteld op straffe van opheffing van het beslag door de rechter (...). Het derde lid sluit daar in zoverre bij aan dat de president die verlof tot het leggen van het beslag verleent in een geval dat de hoofdzaak nog niet is ingesteld, een termijn van ten minste acht dagen vaststelt, waarbinnen dit alsnog dient te geschieden. Wanneer het gaat om een vordering die in Nederland voor de gewone rechter ingesteld kan worden, ligt het voor de hand dat een termijn van acht dagen in de regel voldoende zal zijn. Denkbaar is echter dat, bij voorbeeld krachtens verdrag of overeenkomst, slechts een buitenlandse rechter bevoegd is of dat de hoofdzaak aan arbitrage binnen of buiten Nederland is onderworpen. In zodanige gevallen dient de president de vrijheid te hebben een langere termijn vast te stellen (...)."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4e45fbbd078cba89c1f01aa1d3f66409c50fe190daa9cc71ee8c6738a5f566. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4e45fbbd078cba89c1f01aa1d3f66409c50fe190daa9cc71ee8c6738a5f566, en de alinea staat in dat document op bytes 15186 tot 16408.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c4e45fbbd078cba89c1f01aa1d3f66409c50fe190daa9cc71ee8c6738a5f566 | shasum -a 256