Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0347.
3.9 Anders dan onderdeel 2.2 betoogt, kan dus niet worden gezegd dat de Ontvanger als "uiterste opvatting" heeft verdedigd dat in het onderhavige geval het instellen van een eis in de hoofdzaak overbodig is nu hij zonder procedure de beschikking kan verkrijgen over een executoriale titel in de vorm van een dwangbevel. Hier is geen sprake van "essentiële stellingen zijdens de Ontvanger". In het licht van het betoog van de Ontvanger behoefde het hof dan ook niet op deze in de literatuur verdedigde opvatting in te gaan. Onderdeel 2.2 faalt derhalve bij gebrek aan feitelijke grondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c4e45fbbd078cba89c1f01aa1d3f66409c50fe190daa9cc71ee8c6738a5f566. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c4e45fbbd078cba89c1f01aa1d3f66409c50fe190daa9cc71ee8c6738a5f566, en de alinea staat in dat document op bytes 35125 tot 35727.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7c4e45fbbd078cba89c1f01aa1d3f66409c50fe190daa9cc71ee8c6738a5f566 | shasum -a 256