Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0351.

3.4. De problematiek staat momenteel sterk in de belangstelling, omdat steeds de mogelijkheid bestaat dat het EHRM een schending van een of meer in het EVRM beschermde rechten vaststelt ten aanzien van de inhoud of van de wijze van totstandkomen van een nationale rechterlijke beslissing. De vraag rijst dan, hoe in een situatie waarin de nationale rechtsmiddelen reeds zijn uitgeput binnen de nationale rechtsorde toch een passende vorm van rechtsherstel kan worden verkregen(10). Voor het Nederlandse strafrecht heeft de wetgever inmiddels de mogelijkheid geopend van herziening van vonnissen en arresten in gevallen waarin het EHRM een Verdragsschending heeft geconstateerd: zie de wet van 12 september 2002, Stb. 479(11). Voor het burgerlijk recht en het bestuursrecht zijn wettelijke regelingen in voorbereiding. Ik laat dit verder rusten, omdat in dit geding de juistheid van het tegen [verweerder] gewezen strafvonnis niet ter discussie staat noch de wijze van totstandkomen daarvan. De door het EHRM geconstateerde schending van art. 3 EVRM houdt geen verband met het ten uitvoer te leggen strafarrest van 11 februari 1997, doch uitsluitend met de wijze waarop dit strafarrest in de EBI is geëxecuteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/360c085ffff66d15d19d18f2e9c5505ac560c627f49718c0c177d266e4fd09cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 360c085ffff66d15d19d18f2e9c5505ac560c627f49718c0c177d266e4fd09cf, en de alinea staat in dat document op bytes 18518 tot 19743.