Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0351.
3.14. Onderdeel 4 keert zich tegen de verwerping van het verweer van de Staat dat het toestaan van verlichting van het regime voor [verweerder] bij de verdere tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf of het verlenen van gratie passender vormen van redres zijn dan een voortijdige invrijheidstelling (rov. 3.7). M.i. gaat het hier om een waardering van feitelijke aard, die in cassatie niet op juistheid kan worden onderzocht, en is het vonnis naar behoren gemotiveerd. De aard van de Verdragsschending - niet minder dan schending van artikel 3 - verklaart reeds waarom de voorzieningenrechter een verlichting van het regime als ontoereikend heeft beschouwd. Voor wat de mogelijkheid gratie betreft, heeft de voorzieningenrechter gelijk met zijn rechtsopvatting dat gratie een gunst is. Gratie kan eerst als een geschikte vorm van herstel in aanmerking komen wanneer zekerheid bestaat dat zij ook daadwerkelijk wordt verleend. Zijdens de Staat is in dit geding geen (gedeeltelijke) gratieverlening aangeboden(21). De civiele rechter kan geen gratie gelasten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/360c085ffff66d15d19d18f2e9c5505ac560c627f49718c0c177d266e4fd09cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 360c085ffff66d15d19d18f2e9c5505ac560c627f49718c0c177d266e4fd09cf, en de alinea staat in dat document op bytes 31743 tot 32813.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/360c085ffff66d15d19d18f2e9c5505ac560c627f49718c0c177d266e4fd09cf | shasum -a 256