Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0358.

2.10 De vierde klacht van [eiser], hiervóór in 2.1 onder (iv) weergegeven, betreft rov. 9, waarin het Hof betekenis heeft toegekend aan de termijn met inachtneming waarvan de echtgenote van [eiser] de huur heeft opgezegd. Uit het feit dat die termijn de (volgens het Hof:) "normale" opzeggingstermijn van twee maanden in plaats van de door de diplomatenclausule voorgeschreven opzeggingstermijn van drie maanden is, heeft het Hof afgeleid dat "(o)ok in dit opzicht (...) derhalve geen - ondubbelzinnig - beroep op de diplomatenclausule is gedaan". Het onderdeel voert ook hiertegen aan dat de vraag of bij de opzegging een beroep op de diplomatenclausule is gedaan, niet langer onderdeel van de rechtsstrijd van partijen vormde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57a0c5a66ea264e4c3236214e40caeeb973560471a50cc2722bdc6233337378a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57a0c5a66ea264e4c3236214e40caeeb973560471a50cc2722bdc6233337378a, en de alinea staat in dat document op bytes 19491 tot 20234.