Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0358.

13 Aan [eiser] kan worden toegegeven dat [verweerster], na in de eerste instantie een rechtsgeldige opzegging door of namens [eiser] te hebben betwist (zie in het bijzonder conclusie van antwoord, p. 2, tweede volledige alinea), in hoger beroep kennelijk van een opzegging namens [eiser] is uitgegaan. De memorie van grieven biedt geen aanwijzingen dat [verweerster] zich niet kan verenigen met de vaststelling van het GEA in rov. 3 dat de echtgenote van [eiser] namens deze de huur heeft opgezegd. Voorts heeft [verweerster] bij memorie van grieven onder 12.1 doen stellen: "(...) Deze gevallen hebben zich in casu niet voorgedaan: geïntimeerde ([eiser]; LK) heeft doen opzeggen op grond van het feit dat zijn echtgenote lokaal een nieuwe woning heeft gekocht."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57a0c5a66ea264e4c3236214e40caeeb973560471a50cc2722bdc6233337378a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57a0c5a66ea264e4c3236214e40caeeb973560471a50cc2722bdc6233337378a, en de alinea staat in dat document op bytes 26608 tot 27384.