Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0360.

4.4 Naar de kern genomen komt 's Hofs oordeel op het volgende neer. Wanneer er voldoende aanwijzingen zijn voor de feitelijke juistheid van de inschrijving kan doorhaling niet worden bevolen op de enkele grond dat sprake is (of zou kunnen zijn) van inhoudelijke of formele gebreken die kleven aan de aan die inschrijving ten grondslag liggende stukken. Of, anders gezegd, of sprake is van een op schrift gestelde erkenning kan blijven rusten wanneer kan worden aangenomen dat [verweerder] een kind is van [betrokkene 1].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28af554f7989f505b9a2342ec0eccd6fc8e9373e5d6d0bfb14437174be40168a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28af554f7989f505b9a2342ec0eccd6fc8e9373e5d6d0bfb14437174be40168a, en de alinea staat in dat document op bytes 19742 tot 20275.