Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0360.
"21. Voorgesteld wordt de huidige artikelen 205 tot en met 210, behoudens de tweede zin van artikel 207, te doen vervallen. Deze artikelen betreffen het bewijs van afstamming. Dit bewijs wordt in het algemeen geleverd door de geboorteakte, waarop de latere vermeldingen van bij voorbeeld rechterlijke beslissingen met betrekking tot de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap of met betrekking tot de adoptie zijn aangegeven. Bij ontbreken hiervan wordt de afstamming bewezen door het bezit van staat. Er is naar mijn oordeel geen goede reden om aan het bewijs van het bezit van staat beperkingen te stellen en om niet het gewone bewijsrecht hierop van toepassing te doen zijn. De bepaling dat iemands afstamming volgens zijn geboorteakte door een ander niet betwist kan worden, indien hij een staat overeenkomstig die akte bezit, blijft gehandhaafd (artikel 209). Het is gerechtvaardigd dat in deze gevallen anderen iemand zijn staat niet kunnen ontnemen. Alleen de persoon zelf kan ook in dit geval zijn eigen afstamming betwisten, bij voorbeeld door aan te tonen dat een valse geboorteaangifte is gedaan."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28af554f7989f505b9a2342ec0eccd6fc8e9373e5d6d0bfb14437174be40168a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28af554f7989f505b9a2342ec0eccd6fc8e9373e5d6d0bfb14437174be40168a, en de alinea staat in dat document op bytes 21979 tot 23106.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28af554f7989f505b9a2342ec0eccd6fc8e9373e5d6d0bfb14437174be40168a | shasum -a 256