Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0360.

4.14 Duidelijk moge zijn dat ondenkbaar is dat de sub 4.13 a en b vermelde situaties in tegengestelde richting wijzen. Immers is onmogelijk dat vaststaat dat X geen kind is van Y (b), terwijl uit de omstandigheden valt af te leiden dat X wél een kind van Y was (a).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28af554f7989f505b9a2342ec0eccd6fc8e9373e5d6d0bfb14437174be40168a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28af554f7989f505b9a2342ec0eccd6fc8e9373e5d6d0bfb14437174be40168a, en de alinea staat in dat document op bytes 27223 tot 27502.