Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0360.

4.22 Het blijft intussen aan gerede twijfel onderhevig of de erfgenamen belang hebben bij (voortzetting van) deze procedure. De inzet daarvan is immers klaarblijkelijk slechts of [verweerder] erfgenaam is.(13) Naar het toepasselijk recht is daarbij vermoedelijk van belang of hij een natuurlijk kind is van [betrokkene 1] dan wel of een andere persoon zijn vader is. Het debat in deze procedure ging in feite over die vraag. Op grond van alle overgelegde stukken en in het licht van dat debat onderschrijf ik 's Hofs (impliciete, onder 1.9 weergegeven) oordeel dat zeer plausibel is geworden dat [verweerder] een kind is van [betrokkene 1].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28af554f7989f505b9a2342ec0eccd6fc8e9373e5d6d0bfb14437174be40168a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28af554f7989f505b9a2342ec0eccd6fc8e9373e5d6d0bfb14437174be40168a, en de alinea staat in dat document op bytes 30612 tot 31266.