Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0367.

2.3 Zoals het hof terecht heeft vooropgesteld, dienen in een procedure als de onderhavige op de voet van art. 799 en 806 Rv. in het verzoekschrift waarbij het hoger beroep wordt ingesteld, de gronden te worden vermeld waarop het hoger beroep rust (art. 359 en 278 lid 1 Rv.)(5). Een appellant behoort aan de rechter en de verweerder in hoger beroep kenbaar te maken niet alleen wat hij verzoekt, maar ook wat de grondslag is van zijn verzoek(6). Dit brengt mee dat uit het beroepschrift moet blijken op welke gronden de appellant oordeelt dat de bestreden beschikking onjuist is en in hoger beroep moet worden vernietigd(7).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82716f80a37119657a4715cb7791fa3b1b8598a0e32c8e09758bbd00b7432a28. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82716f80a37119657a4715cb7791fa3b1b8598a0e32c8e09758bbd00b7432a28, en de alinea staat in dat document op bytes 10968 tot 11606.