Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0368.

2.7 Met zijn oordeel dat [verzoeker] de indruk niet heeft kunnen wegnemen dat hij werkzaamheden als koppelbaas heeft verricht, heeft het hof kennelijk willen aangeven dat [verzoeker] - minst genomen - zijn werkzaamheden op een dusdanige wijze heeft ingericht dat hij daarmee het risico dat hij met omvangrijke naheffingen zou worden geconfronteerd, op de koop toe heeft genomen(11). Daartoe heeft het hof uiteraard in de eerste plaats in aanmerking kunnen nemen, dat aan [verzoeker] een omvangrijke naheffingsaanslag is opgelegd. Voor zover het onderdeel erover klaagt, dat dit enkele feit onvoldoende is voor het oordeel dat [verzoeker] als koppelbaas moet worden aangemerkt, mist het feitelijke grondslag, omdat het hof ook andere omstandigheden in aanmerking heeft genomen. In rov. 4.4.3 heeft het hof immers ook vastgesteld dat [verzoeker] ten aanzien van de huurschuld van ruim € 42.000,= heeft verklaard dat hij destijds een woning voor de Ieren (kennelijk gaat het hier om de Ieren ten aanzien van wie de Belastingdienst een belastingplicht van [verzoeker] heeft aangenomen) heeft gehuurd. Toen hij zijn onderneming in 1999 stopte, heeft hij de huurovereenkomst, die op zijn naam stond, laten voortduren. De Ieren hebben nimmer de huur betaald, hebben uiteindelijk het huis vernield en zijn verdwenen. In rov. 4.4.4 heeft het hof vermeld, dat [verzoeker] heeft aangegeven dat de Ieren aanvankelijk geen eigen bankrekeningnummer hadden en dat de geldzaken van de Ieren door hem werden behartigd. Voor zover het onderdeel erover klaagt, dat deze omstandigheden niet kunnen bijdragen aan het oordeel dat [verzoeker] als koppelbaas heeft gewerkt, faalt het. Zowel het feit dat [verzoeker] op eigen naam een woning voor de Ieren huurde als het feit dat hij hun geldzaken behartigde, kunnen van betekenis zijn bij de beoordeling van de vraag of van een "koppelbaas-constructie" sprake was, nu daaruit van een verdergaande betrokkenheid bij de Ieren blijkt dan uit de stellingen van [verzoeker] volgt (en dan bij een louter bemiddelende rol ten behoeve van de Ierse v.o.f.'s zou hebben gepast). Als in het onderdeel ook de klacht moet worden gelezen dat de door het hof in aanmerking genomen omstandigheden onvoldoende zijn om het oordeel te kunnen dragen dat "de man de indruk niet heeft kunnen wegnemen dat hij wel degelijk werkzaamheden als koppelbaas heeft verricht", faalt het mijns inziens eveneens, hoewel aan [verzoeker] kan worden toegegeven dat de motivering van het hof op dit punt beknopt is. Het gaat hier echter om een aan het hof voorbehouden waardering van feiten en omstandigheden, waarbij de feitenrechter overigens ook de indruk die de verzoeker op de zitting heeft gemaakt, zal mogen laten meewegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/613b50bdb92753f43be775f67034cec159664ed221e3383a2a85d96554f53e10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 613b50bdb92753f43be775f67034cec159664ed221e3383a2a85d96554f53e10, en de alinea staat in dat document op bytes 17021 tot 19755.