Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0369.

3.32 Voor wat betreft de toekenning van het stemrecht aan de beneficial holders van de door UPC uitgegeven obligatieleningen heeft het Hof zich in rov 4.16 in een beslissing ten overvloede aangesloten bij hetgeen de rechtbank heeft overwogen. De rechtbank heeft het juist geoordeeld dat aan de beneficial holders stemrecht is toegekend, omdat het in strijd met de economische werkelijkheid en de strekking van de Nederlandse Faillissementswet zou zijn om dit niet te doen. Hierbij neemt de rechtbank nog in aanmerking dat de legal owner op grond van de obligatieovereenkomst niet bevoegd is te stemmen over het accoord. Als aan de beneficial holders geen stemrecht zou worden toegekend, zou door de overgrote meerderheid van schuldeisers van UPC geen stem op het accoord kunnen worden uitgebracht. Subonderdeel 6.2 betoogt dat onder Nederlands faillissementsrecht alleen de legal owner van de obligatieleningen stemrecht toekomt op het door UPC aan zijn crediteuren aangeboden accoord. Deze owner is immers alleen bevoegd de desbetreffende vordering bij de bewindvoerder in te dienen. Ik meen dat subonderdeel 6.2. faalt. Het gaat hier om een Nederlandse surséance van betaling met internationale aspecten. Er is sprake van een rechtsverhouding met een internationaal karakter. De op UPC van toepassing verklaarde Nederlandse surseance van betaling wordt beheerst door Nederlands insolventierecht. Het is verdedigbaar dat aangenomen dient te worden dat volgens de regels van het Nederlandse insolventierecht het stemrecht op het accoord aan de zogenaamde legal owner van de obligatielening toekomt. Dat is in dit internationale geval m.i. echter niet doorslaggevend. Het op de obligatielening toepasselijke recht van New York brengt mee dat het stemrecht voor het Amerikaanse accoord onder de Chapter 11 procedure toekomt aan de beneficial holders van de obligatieleningen. De op UPC toegepaste Nederlandse en Amerikaanse reorganisatie-procedures zijn door de behandelende juristen zo opgezet dat deze gelijk oplopen en samenhangen. Hiermee worden de belangen van UPC en de overgrote meerderheid van haar crediteuren gediend. De gelijksoortige uitkomst van de samenhangende Nederlandse en Amerikaanse accoord-procedures kan in gevaar komen, wanneer in Nederland het stemrecht voor de obligatielening zou toekomen aan de legal owner ervan en in de Verenigde Staten aan de beneficial holders. In dit soort gevallen biedt het Nederlandse internationale privaatrecht een zekere ruimte om het toepasselijke Nederlandse materiele recht enigszins aan te passen en op de Amerikaanse regels af te stemmen teneinde samenhang in de toepassing van het Amerikaanse en Nederlandse recht te bereiken. Om met Strikwerda te spreken: het internationale karakter van de rechtsverhouding stelt zijn eisen; het toepasselijke nationale recht kan niet zonder meer zijn loop nemen.(39) In deze benadering is het m.i. goed verdedigbaar om in navolging van rechtbank en hof voor wat betreft het Nederlandse accoord het stemrecht aan de beneficial holders toe te kennen met het gevolg dat er onderlinge afstemming tot stand komt. Hierbij dient men m.i. ook in aanmerking te nemen dat in het onderhavige geval de legal owner geen bezwaar heeft tegen het toekennen van stemrecht aan de beneficial owners. Ook is het van belang dat er ook in het moderne Nederlandse privaatrecht een tendens bestaat om rechten toe te kennen aan economisch gerechtigden.(40)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec, en de alinea staat in dat document op bytes 59887 tot 63328.