Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0369.

3.33 Middelonderdeel 6.3. maakt bezwaar tegen het vaststellen van een zogenaamde voting record date. Het systeem van een voting record date komt erop neer dat voor het kunnen uitoefenen van stemrecht niet beslissend is wie op het moment van het houden van de crediteurenvergadering schuldeiser van UPC is, maar wie dat is op een eerder moment, namelijk het moment van de zogenaamde voting record date. Het middel meent dat het toepassen van een dergelijke voting record date ertoe kan leiden dat beneficial owners die op het moment van het houden van de crediteurenvergadering hun belang van de hand hebben gedaan meegestemd zou kunnen hebben over het accoord. Dat zou in strijd zijn met het Nederlandse insolventierecht. M.i. dient het middelonderdeel niet te slagen. Ik verwijs naar het in 3.32 besproken leerstuk van de aanpassing in het Nederlandse internationale privaatrecht. Toepassing van dit leerstuk rechtvaardigt m.i. in dit internationale geval het vaststellen van een voting record date. Ten overvloede merk ik nog op dat de Nederlandse wetgever in art 2:119 lid 1 BW het systeem van de voting record date niet als bij voorbaat niet passend in het Nederlandse privaatrecht heeft geoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec, en de alinea staat in dat document op bytes 63437 tot 64653.